|
Kloinkende helmen …. Als je iemand achterop de motor mee-neemt zul je nogal eens merken dat bei-de helmen tegen elkaar aan kloinken. Dat is geen fout van de duo-zitter: die kan daar niet aan doen; het betekent dat je niet vloeiend genoeg schakelt.
Snel schakelen De truc van schakelen zonder dat je een plotselinge snelheidsverandering krijgt (daardoor krijg je dat geboink van die helmen) zit hem er in dat je zo *snel* mogelijk moet zien te schakelen. De volgorde van handelen is: Gas ietsje los, en vrijwel tegelijkertijd Koppeling (een beetje) intrekken, en meteen Schakelen, en meteen weer Koppeling op laten komen en gas weer in de oorspronkelijke stand.
Oefenen Het is het handigste om dit te oefenen zonder iemand achterop, want een duo-zitter vergroot het remmende effect van de koppeling intrekken.Met iemand achterop kun je mooi testen hoe goed (het) je afgaat.
R emmen Hard remmen voelt erg vervelend voor degene die achterop zit. Die wordt hard-handig naar voren geschoven. Het is daarom zaak om zo weinig mogelijk te remmen, en als je dat moet doen, er zo lang mogelijk van te voren mee te beginnen, zodat het remmen nooit heftig wordt.
Gasgeven Precies datzelfde geldt ook voor gasgeven: als je hard accelereert, wordt de duo-zitter van de motor af geschoven. Goed vasthouden is het devies, maar het zal meestal niet echt bijdragen aan het plezier van die duo-zitter.
Vooruitkijken Het komt er dus op neer dat je, nog meer dan normaal gesproken, ver vooruit moet kijken, zodat je lang van te voren kunt zien waar je zult moeten remmen. En je moet gewoon iets langzamer op gang komen dan je gewend bent.
Rustig Vooral wanneer je iemand achterop hebt die dat voor de eerste keer meemaakt, is het belangrijk om alles zo vloeiend mogelijk te doen. Er wordt vaak het advies gegeven om, als het glad is, te rijden alsof je iemand achterop hebt, maar andersom gaat ook op: rijd alsof het glad is. Dat betekent dus: door de bocht op één vaste snelheid in plaats van eerst hard remmen en dan hard gasgeven. Afremmen op de motor, in plaats van hard in de remmen knijpen. En rustig optrekken. Je zult ook merken dat degene die achteropzit geen probleem heeft met schuin door de bocht als je het maar op deze vloeiende manier doet. Gaat het stop and go, dan voelt de duo-zitter zich al gauw onbehagelijk schuin in de bocht. Het is dus het beste om niet helemaal achterover te leunen, maar liefst dicht te-gen de bestuurder aan te zitten.
Vasthouden Vasthouden kun je je aan de jas van de bestuurder, of, als die er is, aan beugels die met dat doel aan de motor zitten. Als je je stevig aan de bestuurder vasthoudt, beweeg je bijna automatisch goed mee, wat een voordeel is.
Bochten In bochten is het de bedoeling dat je meebeweegt met de bestuurder. Dat houdt dus in dat je niet gaat tegen-hangen. Als je juist extra in de bocht gaat hangen, stuurt de motor meer de bocht in dan de bestuurder verwacht. Dat is dus ook niet echt handig. Als je een actieve meekijker bent werkt het heel goed om steeds je hoofd aan de binnenbocht-kant van het hoofd van de bestuurder te houden. In een linkerbocht kijk je dus links langs het hoofd van de bestuurder, en in een rechterbocht rechts daar langs.
Voeten op de stepjes Als de bestuurder stopt, bij een stoplicht of zo, hou je voeten dan op de stepjes. Dat maakt het veel gemakkelijker om de motor in balans te houden.
Afstappen Als je afstapt, wacht dan af tot de bestuurder zegt dat het kan. Stap dan af door naar opzij te glijden en je linkervoet op de grond te zetten, en dan je rechterbeen over de buddy heen te zwaaien. |