|
 |
Remmen op je motor is veel uitdagender dan remmen in een auto. Veel motorrijders schijnen te denken dat de functie van de remmen is je motor te laten stoppen. Fout! Als de enige functie van je remmen was je motor te laten stoppen, hoefde je alleen maar je remmen te blokkeren. Maar je grootste uitdaging bij het remmen is juist je wielen niet te laten blokkeren. De meest belangrijke taak van je remmen is je af te remmen. Je remmen zijn als het ware een negatief gaspedaal. Mits juist gebruikt, kun je met je remmen net zo secuur je snelheid regelen als met je gaspedaal en koppeling samen.
De voorrem is de belangrijkste van de twee remmen. 70 tot 80 procent van het remvermogen wordt geleverd door de voorrem. Motoren met een lange wielbasis en meer achterwaarts gerichte gewichtsdistributie (cruisers) zijn meer van hun achterremvermogen afhankelijk dan de kortere (sportmodellen), maar zelfs op een cruiser levert de voorrem het meeste remvermogen. Een motor vliegt niet zomaar over de kop als de voorrem gebruikt wordt. Op sportmotoren is het mogelijk om het achterwiel omhoog te brengen met behulp van je voorrem - stoppie - maar daarvoor moet je heel wat vaardigheden in huis hebben.
Het is belangrijk om een goede feeling voor je remmen te krijgen, ... zodat je in de juiste situaties de juiste druk kunt toepassen. De kunst is je achterrem of voorrem niet zo hard in te drukken dat je blokkeert en onderuitglijdt. Je achterrem blokkeert eerder dan je voorrem. Dit is vooral het geval bij schijfremmen. Daarentegen is een achterremblokkering beter op te vangen dan een voorremblokkering. Als je afremt (accelereert) begint het chassis te bewegen waardoor je motor instabieler wordt en minder tractie heeft. Bedek je voorrem altijd met een paar vingers, ten minste twee. Zorg dat je voet bij je achterrem zit. Je remmen blokkeren is misse boel. Als je wiel begint te slippen, wordt de tractie en daarmee het remvermogen drastisch verminderd en bestaat er grote kans te vallen. Als je achterwiel begint te slippen is de kans groot dat je onderuitslipt of, in het ergste geval, je motor naar de andere kant overslaat.
Voor optimaal remmen dien je de volgende stappen te volgen:
1. Druk beide knieën goed tegen de gastank. 2. Houd je hoofd en ogen recht omhoog en kijk recht voor je waar je heen wilt totdat je helemaal stilstaat. 3. Houd je voorwiel recht naar voren gericht. 4. Gebruik beide remmen, terugschakelen naar de eerste versnelling 5. Voorrem voorzichtig aanzetten, dan goed inknijpen. 6. Laat je achterrem niet los totdat je volledig stilstaat!
Remmen dient eigenlijk in twee gedeeltes te gebeuren.
- Als je begint te remmen is het gewicht van de motor gelijkmatig verdeeld tussen voor- en achterkant. Als je begint te remmen, oefen je meer druk uit op je achter- dan op je voorrem. Dat is maar even. Als je meer druk op je voorrem uitoefent, kan het voorwiel blokkeren en slippen. Als je voelt dat je voorwiel blokkeert, loslaten. Naarmate je doorremt wordt het gewicht naar de voorkant verplaatst. Daarbij moet je de druk van de achterrem verlichten omdat deze anders blokkeert en slipt.
- Het tweede gedeelte is na de gewichtsverplaatsing; meer gewicht op de voorrem en minder op de achterrem. Als je remt zal door de traagheid van de massa de motor zijn gewicht namelijk op het voorwiel plaatsen. Hoe meer gewichtsverplaatsing, hoe meer je de voorrem inknijpt en hoe minder je de achterrem gebruikt. Als je afremt, zal de snelheid van de motor verminderen en daardoor automatisch ook de druk op het voorwiel. Verminder dan ook de remkracht als de vertraging van de motor minder wordt. De meeste stopkracht heb je net voor je de rem blokkeert. Om dat aan te kunnen voelen moet je veel oefenen.
Altijd: hoofd en ogen omhoog naar de horizon gericht, recht vooruit kijkend. Schouders rechtop. Ellebogen licht gebogen. Knieën dicht tegen je gastank. Terugkoppelen naar de eerste versnelling als je beide remmen bedient. Eerst meer druk op je achterrem en bij meer gewichtsverplaatsing meer op de voorrem, waarbij je telkens harder kunt remmen. Net voor het stoppen je remmen loslaten.
Noodstop Bij een noodstop je aandacht concentreren op het remmen en het zoeken van een vluchtroute.
- Kin omhoog = horizon nemen, kijken waar je heen wilt, oftewel strak recht vooruit kijken. Nooit kijken naar overstekende voetgangers, doorrijdende auto's, want waar je heen kijkt ga je heen
- Koppeling inknijpen
- Voorrem aanzetten = gewicht verplaatsen naar voren = meer druk op de band = minder kans op slippen
- Doorknijpen en achterrem gebruiken
De voorrem volledig indrukken tot tegen je gashandle. Gebruik hiervoor alle vier je vingers. Met twee/drie vingers kun je niet genoeg kracht zetten en heb je geen ruimte genoeg. Voet op het rempedaal houden totdat je volledig gestopt bent.
Een heleboel motorrijders zeggen de achterrem niet te gebruiken ... omdat hij toch nauwelijks remt en/of bang zijn het achterwiel te slippen. Er zijn twee goede redenen te noemen om vooral bij een noodstop altijd je achterrem te gebruiken. De eerste is simpel: je staat eerder stil. Stel dat ze gelijk hebben, dan hier het volgende voorbeeld: je maakt een noodstop en het gebruik van de achterrem scheelt je een halve meter in remafstand. Je zou zeggen: dat is niets, maar als het het verschil is tussen achter een auto stilstaan of 25 cm in de auto, dan wordt die halve meter toch wel heel belangrijk. Een tweede reden is de volgende: als je vol in de voorrem gaat, dan wordt je achterwiel licht, want het gewicht verplaatst zich naar voren. Dit heeft tot gevolg dat je achterwiel gaat 'zoeken'. Als je je achterrem ook gebruikt, wordt je achterwiel 'trekkend' en niet meer duwend (met de neiging om jezelf in te halen). Dit komt omdat er minder gewicht naar de voorkant verplaatst wordt. Dit zijn twee belangrijke redenen om altijd je achterrem te gebruiken.
Gebruik je achterrem altijd voorzichtig en gecontroleerd. Komt het desondanks toch tot een achterwielblokkering, dan is deze over het algemeen goed op te vangen door ver vooruit te kijken (gaan waar je heen wilt). Normaal gesproken heb je bij een noodstop geen tijd om terug te schakelen, concentreer je op het juist remmen. Na het remmen altijd eerst je linkervoet op de grond zetten, dan pas je rechter.
De motorrem Ook door geen gas meer te geven zal je afremmen. Dit komt omdat het achterwiel nu de motor in het rond moet zeulen en dit zal met vertraging gepaard gaan. Het zal duidelijk zijn dat deze vertraging vooral handig is als er niet te abrupt geremd moet worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het naderen van een kruising of een bocht. Ook bij een afdaling in de bergen kan je beter gebruik maken van de motorrem dan van de voor- of achterrem. De remschijven warmen anders te snel op en de hydraulische vloeistof in het remsysteem wordt heet met een sponzige en weinig doeltreffende remwerking tot gevolg.
Geblokkeerde remmen In een noodsituatie, als er hard geremd wordt, wordt het meeste gewicht naar voren verplaatst. Daardoor wordt je achterrem minder effectief en blokkeert gemakkelijk. Getrainde motorrijders hebben hier geen enkele moeite mee. Niet-getrainde rijders echter wel. Het is het beste het blokkeren van je remmen te voorkomen, want dit kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Als je de rem eenmaal geblokkeerd gehad hebt is de remwerking niet meer optimaal en natuurlijk slijten hierdoor ook je banden.
Mocht het je toch overkomen, doe dan het volgende:
Achterwielblokkering: houd je achterrem geblokkeerd totdat je volledig stilstaat, terwijl je je ogen recht vooruit richt en niet naar de grond. (Uitzondering: als je je wiel op een slechte ondergrond blokkeert, zoals grind, is het mogelijk om je tractie te herwinnen door geleidelijk je achterrem los te laten. Het sleutelwoord is hierbij geleidelijk.) Voorwielblokkering: als het voorwiel blokkeert, laat dan meteen los om het wiel te kunnen laten draaien, anders zit je met totaal en volledig stuurverlies, daarna voorzichtig weer inknijpen (let op: inknijpen en niet vastklampen!).
Low-side crash Door bijvoorbeeld het sterk met de achterrem remmen in de bocht, blokkeert het achterwiel (circuit). Het achterwiel slipt en de motorrijder valt naar de kant waarheen hij leunt.
High-side crash Doordat de achterrem geblokkeerd is slipt, al rijdende, de achterkant van de motor naar één kant. De motor gaat nog steeds vooruit, maar meer horizontaal dan verticaal. De motorrijder probeert dit te corrigeren door de achterrem los te laten of doet dit door pure schrik. De motor hervat tractie, motor en motorrijder worden verticaal gegooid, de motorrijder vliegt over de motor en de motor valt over naar de andere kant en crasht op het wegdek. Je motor omgooien met veel te veel remmen zorgt voor deze meer gangbare crashes en veroorzaakt de meest ernstige ongelukken. Klik hier voor een filmpje van een high-side crash: Download Video (klik op Openen)
Remmen in de bocht Het allerbeste is: niet remmen in een bocht. Rem je te laat voordat je de bocht ingaat, dan zit je onherroepelijk in de problemen. Voordat je je motor de bocht in laat leunen, moet je klaar zijn met remmen. Let hierbij wel op, want heb je te veel aandacht voor je remkracht in plaats van waar je heengaat en wat je doet, dan kun je omgooipunten missen; hierdoor raak je al van je voorgenomen lijn af voordat je de bocht ingaat. Soms doet zich echter de situatie voor dat je wel móét remmen in een bocht.
Een van de meest voorkomende fouten ... als een motorrijder te snel de bocht ingaat, is dat hij de achterrem gebruikt en deze blokkeert. Als dit het geval is, houd hem dan geblokkeerd, maar houd er rekening mee dat je valt naar de kant waarheen je leunt, en de weg afglijdt. Een paar uitzonderingen daargelaten: als je achterwiel geblokkeerd raakt ga je óf rechtdoor, óf je valt. Als je je wiel deblokkeert door de rem los te laten zal de band tractie hervatten, rechtop gaan staan en je over de motor gooien. Deze high-side crash (zie boven) is veel gevaarlijker en pijnlijker dan de low-side crash waarbij je de kant opvalt waarop je motor leunt. Houd er goed rekening mee dat elke vorm van crashen waardeloos is (vooral recht vooruit tegen een object en high-sides). Tijdens de voortgezette rijopleiding leer je hoe je moet handelen als je per ongeluk je achterrem blokkeert tijdens een stop. Bij een juiste stop leer je de voorrem tot zijn maximale vermogen te gebruiken zonder te blokkeren. Voel je dat je voorrem blokkeert, loslaten en voorzichtig weer inknijpen (niet vastklampen!).
Moet je remmen in een bocht: Eerst je motor rechtzetten, dan de maximale rechte (!) lijn remmen. Dat is makkelijk zeggen als je genoeg ruimte hebt zonder van de weg af te kunnen raken. Maar wat nou als je die ruimte niet hebt? Afhankelijk van je hellingshoek en snelheid kon de voorrem wel eens je enige optie zijn. Sleutelwoorden zijn hier: voorzichtig remmen en voorzichtig loslaten. Blijf drukken op het binnenste handvat om de juiste lijn te kunnen volgen en kijk door de bocht (niet naar het eind van de weg), voorzichtig gas loslaten en geleidelijk met je voorrem remmen. Als je voldoende snelheid geminderd bent, geleidelijk loslaten en heel voorzichtig een klein beetje gas bijgeven om het chassis te stabiliseren. Het is wel een techniek die constante oefening vereist.
Als je ondanks alles toch alle fysische wetten overschreden hebt, dan zul je omvallen en van de weg glijden. Dat is altijd nog veel beter dan de high-siding waarbij je over je motor vliegt. Daarom in deze situatie nooit de achterrem gebruiken.
Studies hebben aangetoond dat de meeste motorrijders die bij een ongeluk betrokken waren niet de juiste remtechnieken hadden.
Hard remmen is eenvoudig, gecontroleerd hard remmen vereist knowhow
Jarenlang is aangenomen dat je voor een optimaal remvermogen 75 procent met je voor- en 25 procent met je achterrem hoort te remmen (50-50% op een nat wegdek). Voor moderne motoren en banden gaat dit eigenlijk al lang niet meer op. Hoeveel achter- en voorrem je moet gebruiken hangt af van je snelheid en de omstandigheden.
De 75-25%-regel circuleert waarschijnlijk al zo'n dertig jaar. Oude grafieken die dit principe uitleggen zijn van toepassing op een Triumph Speed Twin met trommelremmen van zo'n dertig jaar geleden. De banden van die ouderwetse motoren waren niet veel breder dan die van mountainbikes. Het loopvlak was lang en dun - vaak waren de banden 20 inch of meer in omtrek. Motoren waren bovendien vrij hoog en hadden daardoor een compleet ander zwaartepunt. En je had twee soorten vorken. Bikkelhard en zo zacht als een spons. Het effect van beide was dat bij hard remmen de voorkant totaal niet meeveerde. Met je vork op slot, een smalle voorband (weinig grip) en het zwaartepunt als dat van een klein vliegtuigje dat cirkelt, dan snap je wel dat je wel uitkijkt om je voorrem niet te blokkeren. En als die rem ook nog eens een pakkende trommelrem is (remkracht was niet afhankelijk van hoe hard je de rem inkneep) dan rem je zoveel als mogelijk is met je achterrem. Bovendien was een geblokkeerd achterwiel zelfs op een Speed Twins heel goed te controleren. Een van de bewijzen dat 75%-25% een verouderde stelling is, is dat je tegenwoordig zonder al te veel moeite stoppies kunt maken zonder meteen om te vallen. Bij een stoppie druk je de voorrem maximaal in, je remt zo hard dat de achterkant van je motor van de grond komt. Dit is niet stoer en ook niet slim; maar het laat wel zien dat je op dat moment je motor voor de volle honderd procent met je voorrem laat stoppen. Dit zie je heel duidelijk in de racesport waar coureurs proberen het maximale uit hun motor te halen. De meeste moderne motoren zitten dus heel anders in elkaar, een paar daargelaten, zoals Retro's als Zephyr en trailbikes. Moderne bikes zijn lager en over het algemeen ook korter. Bovendien hebben ze kleinere wielen. De banden zijn twee keer zo breed en daarmee het loopvlak en contact met de weg veel groter. Moderne (radiaal)banden passen zich beter aan wisselende wegomstandigheden aan. Ook ligt het zwaartepunt lager. De ophanging zorgt ervoor dat schokken veel beter opgevangen worden. De 75-25%-regel is waarschijnlijk hoofdzakelijk ontstaan in de periode van de pakkende voorrem, waardoor je genoodzaakt was op je achterrem te gaan staan. Tegenwoordig is de voorrem vijf keer zo krachtig als de achterrem, mede dankzij de diameter van de schijf. Toch kun je niet zeggen dat er een standaard regel is om te remmen. De stelregel is: gedoseerd remmen. Het remmen op een motor dient eigenlijk als volgt te gebeuren: kracht verplaatsen van achter- naar voorrem en weer terug als we afremmen.
Een ideale stop zou als volgt moeten gaan:
- Geleidelijk beide remmen met bijna gelijke kracht aanzetten. Het gewicht verplaatst zich naar voren als de voorophanging samentrekt en je armen buigen. Er is nu meer gewicht aan de voorkant.
- Oefen meer kracht uit op je voorrem, die nu de meeste grip heeft. Als de verhouding minder dan 85% voorkant is, rem je waarschijnlijk niet op optimaal vermogen.
- De motor remt af en de krachten die je uitoefent door remmen en banden nemen af (de energie in de motor is evenredig aan het kwadraat van je snelheid). De voorkant begint weer omhoog te komen in zijn ophanging.
- Voor- en achterrem niet loslaten totdat je volledig gestopt bent.
En als je dan toch getallen wilt: 85%:15% komt overeen met de meeste Japanse motoren. Maar omdat geen enkele situatie dezelfde is, moet je die getallen maar vergeten. Rijd je namelijk zachter dan 30 kilometer per uur, dan kun je bijna uitsluitend op je achterrem vertrouwen. Dit geldt ook voor een glad wegdek, gras en grind. Dat betekent niet dat je niet beide remmen zou moeten gebruiken, maar toont aan hoe je snelheid van invloed is op je remmen. Hoe langzamer je gaat, hoe eerder je voorrem blokkeert. In dit geval gaat dus de stelling 85%-15% dus absoluut niet op. In het andere geval, dus bij hogere snelheden, gebruik je meer voor- dan achterrem, omdat bij hogere snelheden het gewicht naar de voorkant verplaatst wordt. Hierbij houd je vooral rekening met de conditie van het wegdek, waarbij je uit moet kijken dat je niet een van je wielen blokkeert. Gedoseerd remmen, voorzichtig en alert tussen voor- en achterrem balanceren, vergt veel oefening. Houd je alert met je kijktechniek, positie op de weg, je snelheid en het houden van afstand bezig, dan kun je in veel gevallen een noodstop voorkomen
|